Hoofdstuk Moeder als Mens – de Mythe voorbij

Gemiddelde leestijd: 8 minuten
Toen haar moeder ons voor het eerst samen zag, zei ze tegen haar dochter ‘Je vindt hem meer dan zomaar leuk of niet, meisje? Hij vindt jou ook erg leuk hoor. Maar als het wat wordt tussen jullie, wees dan heel zuinig op hem. Die jongen heeft al heel veel meegemaakt’.

Toen ik hoorde dat er mensen werden gezocht om hun persoonlijk verhaal te vertellen over hoe zij moederliefde ervaren, heb ik eerlijkheidshalve een ruime tijd getwijfeld of ik mijn verhaal zou vertellen. Aan de ene kant vind ik dat een heel persoonlijk iets. Bovendien heb ik van huis altijd meegekregen dat je bepaalde dingen niet in het openbaar uitspreekt. Aan de andere kant kan het delen van mijn ervaringen ook als inspiratie dienen voor andere mensen, om bevestiging te krijgen dat zij er niet alleen voor staan.

Laten we voorop stellen dat ik zeker geen makkelijke jeugd heb gehad. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik een jaar of tien was. De laatste jaren voorafgaande aan de scheiding hebben mijn ouders regelmatig, om het netjes te zeggen, problemen gekend. Hoewel zij het toentertijd wellicht nooit hebben beseft of zo bedoeld hadden, had ik redelijk wat van de woordenwisselingen meegekregen die ’s avonds, als wij in bed lagen, plaatsvonden.

De scheiding heeft een behoorlijk effect gehad op de wijze waarop mijn broer en ik werden opgevoed. Tot aan de scheiding hadden wij twee ouders thuis die naar ons toe vooral benadrukten eenzelfde opvoedingslijn te volgen; na de scheiding waren wij doordeweeks bij moeder, in het weekend en later om het weekend bij vader, waardoor de regels op een aantal punten gelijk bleven, maar anderen veranderden. Tel daarbij op mijn moeder, vlak na de scheiding, in een diepe depressie was geraakt, snel geagiteerd raakte of moe was en je kunt je voorstellen dat het voor mij en mijn broertje meestal niet de lachende familieplaatjes van een gelukkig gezin waren die je overal tegenkomt.

Mijn jeugd

Zelf maak ik nu, jaren later, wel eens grappen over hoe ik in die tijd verantwoordelijk was voor het ‘correct opvoeden en meegeven van waarden en normen aan mijn broertje en mijzelf’. Mijn realiteit was echter dat wanneer mijn broertje en ik uit school kwamen, mijn moeder meestal lusteloos thuis zat en het wel probeerde om er voor ons te zijn, maar daar vaker niet dan wel in wist te slagen.

Omdat ook ik een uitlaatklep nodig had, kwam het wel voor dat ik op school heftige ruzies heb gehad met klasgenoten of andere schoolkinderen. Zo kan ik mij een ruzie herinneren, waarbij ik zo kwaad was op een jongen uit mijn klas dat ik na schooltijd weer met hem wilde vechten. In het oudergesprek met de directeur en mijn ouders dat hierop volgde, werd mij duidelijk dat ook die jongen een kind van gescheiden ouders was en in mij weer een uitlaatklep voor zíjn emoties en frustraties zag.

Wellicht was deze informatie voor zowel hem als mij een omslagpunt om op een andere manier met mensen om te gaan, om sneller te relativeren (“agressie levert niets op dan meer problemen”) en inschattingen te maken van bepaalde situaties (“mama en mijn broertje hebben mij nodig als steunpilaar”). Dit had tot gevolg dat ik, voor mijn leeftijd, eigenlijk te snel volwassen werd.

Mijn moeder was inmiddels via een herintrederstraject aan het werk en begon weer op te leven, kon weer langzaamaan zichzelf worden, iets dat ik haar zo ontzettend gunde na alle tegenslag en problemen van de voorgaande jaren. Het stelde haar ook in staat om meer aandacht te hebben voor het wel en wee van mijn broertje en mij; al waren wij inmiddels zo op elkaar ingespeeld en ‘volwassen’ dat ik, achteraf, denk dat wij haar destijds te weinig kans hebben gegeven om echt moeder te kunnen zijn.

Nu, in het heden en terwijl ik deze tekst schrijf, kijk ik terug op een kinder- en puberperiode die zeer onrustig is geweest. Zelfs zeg ik soms dat ik een deel van mijn kindertijd en jeugd heb overgeslagen, iets dat misschien wel waar is. De manier waarop ik ben opgegroeid, waarin moeder langere tijd niet de moeder volgens de mythe kon zijn, die periode heeft de nodige problemen en tegenslagen gekend. Dit heeft ook gemaakt dat ik ben wie ik nu ben, hoe ik tegen bepaalde dingen aankijk en hoe ik in relaties sta.

Bianca en Joëlla

In het begin van de nieuwe eeuw heb ik een relatie gehad met een leuke meid, Bianca, met wie ik ook een dochter heb gekregen. Na de geboorte van onze dochter Joëlla in januari 2004 is het tussen mijn vriendin en mij snel bergafwaarts gegaan en heeft zij de relatie beëindigd onder het mom van ‘als je niet weet waar het verkeerd is gegaan, dan kan je dat ook niet meer terugdraaien’. Lekker nietszeggend, omdat ik het totaal niet had zien aankomen…

Achteraf denk ik dat het moederschap en de periode vlak na de bevalling haar zwaarder viel dan zij had gedacht en ik er in haar ogen te weinig was om haar daarin te steunen. Doordat Bianca op dat moment geen werk of inkomsten had, pakte ik zoveel mogelijk uren werk, waardoor ik weinig thuis was; daarnaast waren we allebei druk met ieder onze eigen activiteiten in het buurthuis, waardoor we nog minder tijd samen of met onze dochter Joëlla hadden.

Nadat de relatie was verbroken en Bianca met Joëlla tijdelijk bij haar ouders was ingetrokken, heb ik Joëlla nog een paar keer gezien op de momenten dat het voor mijn ex mogelijk was om tijd vrij te maken. Een vaste omgangsregeling was lastig. Omdat er alleen een bewijs van erkenning bij de gemeente is, en wij geen samenlevingsovereenkomst hadden of getrouwd waren, had een verzoek voor gezamenlijk voogdijschap bij het gerechtshof neergelegd moeten worden. Dit bleek nooit gebeurd te zijn, waardoor Bianca eigenlijk automatisch de volledige zeggenschap kreeg en zij daardoor kon bepalen wanneer ik mijn dochter kon zien.

Een lastig besluit

Inmiddels waren er meerdere onenigheden tussen mijn ex en mij, waardoor de bezoekmomenten meestal niet zonder spanning waren. Dit had ook zijn weerslag op het contact tussen mij en mijn dochter. Uiteindelijk heb ik, omdat ik mijn dochter niet wilde belasten met het spanningsveld tussen mij en haar moeder, mijzelf een vreselijk moeilijke, hartbrekende keuze voorgelegd: is het in het belang van Joëlla om op deze manier door te blijven gaan of via het gerechtshof een procedure te starten om voogdijschap/bezoekrecht af te dwingen? Hartbrekend, omdat het eigenlijk een retorische vraag was.

Het antwoord was duidelijk: Nee, ik wil mijn dochter niet met dezelfde gevoelens en emoties opzadelen als waarmee ik ben opgegroeid. Ik wist immers hoe het voelde als kind om je ouders continu in een spanningsveld om elkaar te zien draaien, een spanningsveld tussen mij en mijn ex waarbij emoties, frustraties en misschien ook wel kwaadheid, zeker bij een proces, elk moment kon exploderen.

Heb ik door mijn keuze bijgedragen aan de mythe van de moederliefde? Misschien wel. Ik had immers ervoor gekozen om mijn ex te laten functioneren als moeder met onvoorwaardelijke liefde, iemand die altijd voor haar dochter klaarstaat. Maakt deze keuze van mij dan een slechte vader, iemand niet op zijn kind geeft? In mijn ogen niet, want op dat moment vond ik het belangrijker dat Joëlla een stabiele omgeving kreeg zonder ouders die niet met elkaar konden opschieten.

Ik hoop dat mijn dochter, als zij oud en wijs genoeg is om alles te begrijpen en te relativeren, begrijpt waarom ik deze moeilijke keuze heb gemaakt en wij alsnog een band kunnen opbouwen.

Hoe gaat het verder

Een paar jaar na de breuk met mijn ex leerde ik een nieuwe vriendin kennen en, hoewel wij het zelf niet zagen of bleven ontkennen, groeide de liefde tussen ons meer en meer. Toen haar moeder ons voor het eerst samen zag, zei ze tegen haar dochter ‘Je vindt hem meer dan zomaar leuk of niet, meisje? Hij vindt jou ook erg leuk hoor. Maar als het wat wordt tussen jullie, wees dan heel zuinig op hem. Die jongen heeft al heel veel meegemaakt’. Ik heb geen idee hoe haar moeder daarbij kwam, maar het was wel zeker kenmerkend voor hoe ik in het leven stond. Nu, anno 2014, ben ik inmiddels vijf jaar met haar gelukkig getrouwd en hebben wij samen twee pracht van kinderen.

Nu heeft ons huwelijk niet alleen maar leuke momenten, waarin mijn vrouw moeder kan zijn. In de week nadat duidelijk werd dat mijn vrouw zwanger was van onze dochter, heb ik een ernstig auto-ongeluk gehad. Je kan je voorstellen dat zij al direct de doemscenario’s voorbij zag komen: weduwe, later alleenstaande moeder met kind, hoe moet ik dat allemaal gaan redden en regelen. Vragen waarmee elke vrouw, moeder, zal zitten in eenzelfde situatie en zich geen raad weet met de situatie. Mijn eerste woorden in het ziekenhuis tegen haar waren dan ook “wees maar niet bang, ik ga niet zomaar bij je weg…” of iets van die strekking.

In de periode tussen de geboorte van onze dochter en de zwangerschap van onze zoon, bleek mijn vrouw snel vermoeid te raken. Na onderzoek kwam naar voren dat zij een milde vorm van CVS/ME heeft. Twijfels of ze hierdoor een goede moeder kon zijn speelden regelmatig op; immers, als ze zo moe was, kwam de zorg voor onze dochter voor een groot deel op mij terecht. Na de bevalling van onze zoon kwam daar ook nog een postnatale depressie bij, wellicht versterkt door de vermoeidheid, twijfels en frustratie over haar gezondheid. Overigens heeft mijn vrouw op eigen initiatief hulp gezocht (nee, ik treed niet in mijn vaders voetsporen) en heeft zij deze depressie weten te overwinnen.

Mijn vrouw voldoet niet aan de mythe, maar weet je, dat vind ik eigenlijk helemaal niet eens zo erg. Zij is een sterke vrouw die mij elke dag versteld doet staan, een moeder die met heel haar hart van onze kinderen houdt en hen het beste wil meegeven voor de toekomst.
En voor wat betreft de Mythe van de Moederliefde: laten we het erop houden dat zoiets een mooi verhaal voor het slapen gaan is, een geromantiseerd beeld over de onvoorwaardelijke, constante liefde en nimmer falende toewijding van een moeder voor haar kind. Er zullen vast moeders zijn die wel volgens de mythe leven; het merendeel van de mama’s zullen, als ze eerlijk zijn naar zichzelf, waarschijnlijk erkennen dat ze het moederschap en de moederliefde op basis van de mythe toch hebben onderschat. Het enige dat je kunt doen, is je er zo goed mogelijk op voorbereiden en je niet te schamen als je het even niet meer weet of trekt.

Tot slot

Voor mijn ex Bianca: Het is allemaal niet gelopen zoals we in het begin misschien voor ogen hadden. Eerlijk is eerlijk, wanneer onze dochter er niet was geweest, dan had ik in deze tekst waarschijnlijk ook geen aandacht aan onze relatie besteed. Als ik inderdaad je worsteling met het moederschap teveel heb onderschat en daardoor onvoldoende voor je aanwezig was, weet dan dat dit nooit mijn intentie is geweest. Ik hoop dat onze dochter begrijpt waarom ik de moeilijke beslissing heb gemaakt om haar zoveel mogelijk in een stabiel gezin te laten opgroeien, om haar te behoeden voor de emotionele rollercoaster van het leven in twee verschillende gezinnen. Als zij dat wil en daar aan toe is, dan is ze altijd van harte welkom.

Voor mijn vrouw: Lief, samen hebben we al de nodige tegenslagen gehad, maar samen zijn wij daar ook weer uit gekomen. Ik ben trots op hoe jij met het moederschap omgaat, ook al zou je onze kinderen af en toe achter het behang willen plakken. Het maakt niet uit of jij en ik voor ons gevoel soms de fout ingaan of dat we het oneens zijn over wat onze kinderen wel of niet mogen; het ouderschap is voor ons beiden een constant leer- en aanpassingsproces en onze kinderen leren daar evengoed van. Ik hou van jou zoals je bent en, vanuit het diepst van mijn hart, meen ik het als ik zeg: onze kinderen kunnen zich geen betere moeder wensen dan jou.

Voor mijn moeder: Mama, ik weet dat je je heel schuldig hebt gevoeld (en misschien nu nog steeds wel) over het feit dat je het, vlak na de scheiding met pa, erg moeilijk met jezelf hebt gehad en daardoor ook moeite had om voor ons een echte moeder te zijn. Weet alsjeblieft dat ik het je nooit kwalijk heb genomen en dat ik niet kwaad ben op hoe het allemaal is gelopen. Alles bij elkaar heeft mij gevormd en gemaakt tot wie ik vandaag de dag ben: een zelfverzekerde man, een liefdevolle vader, een zorgzame echtgenoot, iemand die zijn weg weet te vinden in de wereld en, als hij het even niet meer weet, om hulp durft te vragen. Dankjewel daarvoor! Nu we het toch over het vragen van hulp hebben: ‘Kan je binnenkort weer komen oppassen‘?